De Heidelbergse Catechismus

Een mede kerkverlater vertelde mij dat ze de hele catechismus van haar boze commentaar had voorzien. Ze raadde me aan dat ook te doen. “Neem er dan wel de tijd voor, Jan, want het kan best veel boosheid oproepen.”

Op een opmerking over de enige troost uit zondag 1 na had ik al meer dan veertien jaar geen catechismus ingezien, maar online vond ik op de website van de PKN er één die wat taalgebruik betreft het meest mijn geheugen aansprak. Terwijl ik al grasduinend vraag 8 las, werd mijn boosheid getriggerd, want het is domweg niet waar dat ik ‘geheel en al onbekwaam ben tot iets goeds’. Die emotie had ik niet verwacht, maar mijn mede kerkverlater had dus gelijk..

Het gevolg van haar advies, het grasduinen en de waargenomen emotie is wel dat ik me heb voorgenomen om alle vragen en antwoorden van de Heidelbergse Catechismus (HC) langs te gaan en er iets over te schrijven. En iedereen mag het lezen, dus de komende blogs over de catechismus zullen alleen mijn persoonlijke censuur ondergaan. Voor de duidelijkheid: ik ben geen godsdienstwetenschapper, dus wat ik hier als commentaar schrijf, is geen wetenschap. Het is slechts een weergave van mijn denken en het onder woorden brengen van mijn gevoel, dat ik jarenlang ontkend heb.

Omdat mijn boekenkast geen boeken meer bevat die mij doen teruggrijpen naar mijn catechetisch onderwijs, moest ik ook op het internet zoek naar iets herkenbaars uit die tijd en daar vond ik een foto van het boekje met de eenvoudige titel “Aantekeningen bij de Heidelbergse Catechismus ten dienste van het catechetisch onderwijs in de gereformeerde kerken in Nederland”.
Dat boekje, waarvan ik me de harde kaft herinner, werd gebruikt tijdens de catechisatie uurtjes die ik braaf en trouw gevolgd heb. Op het titelblad lees je dit:

L.S.,
De tekst van de Catechismus is niet in dit boekje opgenomen. Het wil gebruikt worden naast een goede uitgave van de Drie Formulieren van Enigheid, die elke catechisant met zijn Bijbel op de catechisatie bij zich behoort te hebben. Met Schrift en Belijdenis zèlf moet hij vertrouwd worden.
Bij de eerste maal, dat dit boekje doorgewerkt wordt, wijde de docent alle aandacht aan de Catechismus. Bij de tweede behandeling wordt aandacht gevraagd voor wat onder “Opmerkingen” en als “Tegengestelde dwaling” vermeld is. Dàn wordt ook een bredere bespreking gewijd aan de plaatsen van de Ned. Gel. Bel. en de Dordtsche Leerregels, waarnaar verwezen wordt.
Vervulle de Here ook door deze arbeid Zijn belofte, dat het zaad Hem zal dienen!

Assen, 1952 – J. van Bruggen

Het onderwijs in de gereformeerde kerken in Nederland. Daarmee werd in dit boekje van 1952 dus niet bedoeld de gereformeerde kerken met die naam die in 2004 zijn opgegaan in de PKN. Nee, de kerken die zich hadden gevormd na de Vrijmaking van 1944 bleven zichzelf stug de Gereformeerde Kerken in Nederland noemen, want zij hadden vastgehouden aan de lijn van Gods Woord, zo was de overtuiging. Op gereformeerdekerken.info staat bijvoorbeeld over de Vrijmaking in Assen te lezen dat “de gemeenteleden, die nog (!) niet met de Vrijmaking meegegaan waren, opgeroepen werden om zich alsnog bij ‘de ware kerk’ te voegen, waarmee natuurlijk de vrijgemaakte kerk bedoeld werd.”

Een catechismus (van het Griekse katechesis = onderricht) is een opsomming van de leer van een bepaald kerkgenootschap waarin al zijn dogma’s systematisch en voor leken begrijpelijk worden gegeven en uitgelegd. Omdat ze een middel zijn bij de catechese (godsdienstles) worden ze vaak in vraag- en antwoordvorm uitgegeven.

In 1562 gaf de gereformeerde keurvorst Frederik III de opdracht voor het schrijven van de H.C. want hij zag het als zijn taak om het gereformeerde geloof dogmatisch goed te omschrijven. Hij wilde eenheid van religie in zijn vorstendom. Veel Duitsers wisten nog niet wat het gereformeerd-calvinistisch protestantisme precies inhield, dus moest dit volgens Frederik duidelijk op schrift vastgelegd worden, mét – qua leerstukken – een scherp onderscheid met het rooms-katholicisme. Bron: historiek.net

In 1619 is de Heidelbergse Catechismus (H.C.) uit 1563 werd door de Synode van Dordrecht als de kern van de leer van de Nederduits Gereformeerde Kerk vastgesteld.

In 1952 hield die kern kennelijk nog steeds stand (mits er een ‘goede’ uitgave werd gebruikt), maar waarom werd er dan nieuw lesmateriaal uitgegeven? Het boekje zelf heb ik niet meer in mijn bezit en uit de inleiding blijkt niet wat de reden is. Mijn vermoeden is dat het te maken heeft met nieuwe tegengestelde dwalingen van de ‘synodalen’ zoals de oorspronkelijke gereformeerde kerken door de vrijgemaakte werden aangeduid. Naar mijn gevoel is dit een typisch voortvloeisel van het ware kerk idee dat destijds sterk leefde binnen de GKV.

Tot zover mijn inleiding op het fenomeen “De Catechismus”.
Zoals gezegd: wordt vervolgd.