Over bidden

Tijdens een wandeling vallen me gedachten binnen over de plaats die bidden in mijn jeugd innam en ik kom tot de enigszins verbijsterende conclusie dat ik op een door de weekse dag wel minstens negen keer aan het bidden was. Je hoort wel eens wat neerbuigende opmerkingen over de volgelingen van Allah met hun verplichtingen. Nee, dan de vrijheid in Christus:

  • Voor en na de drie dagelijkse maaltijden
  • Aan het begin en einde van de schooldag
  • Voor het slapen gaan

Na de school periode kwamen daar gebeden bij aan het begin en einde van iedere bijeenkomst van gelovigen. Of het doel van de samenkomst nu catechisatie, bijbelstudie, politiek, huisbezoek of wat dan ook was. Er werd met gebed geopend en afgesloten en op zondag doen we daar nog per dienst twee reguliere gebeden bij. Bij speciale gelegenheden als de doop, avondmaal, bevestiging van ambtsdragers etc. was er meestal nog een specifiek op dat doel afgestemd gebed.

Er is één moment wat ik hierin mis en dat is de vroege morgen bij het opstaan. Daar hoorde vast ook een gebed bij, want ik herinner me hoe mijn moeder, als een enorme bult onder de dekens, op haar knieën haar ochtendgebed deed. Dus vermoedelijk deed ik dat ook wel, maar was dat een standaard gebed zoals “Ik ga slapen, ik ben moe” bij het naar bed gaan? Een zoektocht op internet gaf als meest in het oog springend idee om kinderen alle zeven coupletten van het “morgengebed” in de vertaling van 1773 te laten gebruiken. Ik weet vrij zeker dat die tekst niet in mijn standaard kindergebeden repertoire voorkwam.

In een periode waarin ik bestuurslid was van een gereformeerde vereniging kreeg ik wel eens te horen dat ik zo mooi kon bidden. Fijn, nogmaals bedankt voor het compliment. Ik houd van taal, ja, en daarom geniet ik volop van de ritmiek en alliteratie bijvoorbeeld in een zin als:
“Neemt, eet, gedenkt en gelooft dat het lichaam van onze Heere Jezus Christus gebroken is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.”
Maar bidden als communicatiemiddel met (of naar) God is door het gebrek aan geloof doodgebloed.

Nu ik er zo over nadenk, is het loskomen van dat avondgebed voor kinderen omdat je groot genoeg bent om je eigen woorden te vinden al het begin geweest van mijn geloofsafval. Ik had aan niemand iets te vertellen, meende ik, dus ook aan God niet zo bar veel. Mijn eigen gedachten en behoeften formuleren? Hoe doe je dat? Bovendien werd ik nu ook niet zo heel erg aangemoedigd tot een gesprek omdat het luisteren naar mijn verplichte spreken niet gevolgd werd door samenvatten en doorvragen wat de basis is voor een goed gesprek. Het ultieme je niet gehoord voelen.

Afbeelding van Jill Nissen via Pixabay