Waarom toch?

Waarom heb ik toch steeds die gedachten over religieuze ervaringen en dan bedoel ik geen buitenaardse, spirituele ervaringen, maar alledaagse? Zoals tijdens die wandeling dat ik er aan denk dat ik als kind op een doordeweekse dag wel negen keer aan het bidden was.

Als ik er daarna over ga schrijven, lijkt er wel een onstuitbare stroom op gang te komen over dat thema en meer of minder gerelateerde onderwerpen. Vaak voel ik dan de neiging om het stukje tekst maar als af te beschouwen en het te publiceren.
Alsof het onderwerp dan geen issue meer is, alsof het daarmee klaar is.
Helemaal niet waar, want het begint pas.

Waarom laat ik dat toe?
Wat heeft het voor zin?
Ik wil me niet afzetten, gebeurd is gebeurd, het is wat het is en zo voort.
Waarom dan toch die behoefte om die gedachten te uiten?

Moet het?
Nee, want als ik één ding niet hoef, is het moeten.
En toch …
Het moet.
Er uit.
Binnenkomende berichten van anderen met soortgelijke gedachten en worstelingen zorgen er voor dat ik de confrontatie aan moet gaan met mijn gevoelens en gedachten.

Hoe je het ook wendt of keert, het is een rugzak die ik al jaren meesjouw en de laatste jaren in een wat hoger tempo aan het leegmaken ben om te bekijken wat er allemaal in zit.

Stuk voor stuk al die kleine en grotere stukjes vastpakken, bekijken, voelen, ruiken, wegen, omdraaien, weer neerleggen en nog een keer optillen, er aan ruiken, realiseren hoe zwaar het voelde en hoe zwaar het werkelijk is, tot dat duidelijk is wat het ooit heeft betekend en wat het nu betekent.
Sorteren, analyseren en beslissen: weggooien of bewaren.

Daarom dus.
Conclusie van deze korte overweging is dat gedachten toelaten en laten stromen nodig is om verstikking te voorkomen.
Ik ben nog maar net begonnen.

Afbeelding van Gordon Johnson via Pixabay