Vies worden

Terwijl mijn twee oudste meiden in Schiedam binnen de lijntjes aan het kleuren zijn, wat naderhand ernstig werd bestreden omdat er eigen lijntjes werden gemaakt, volg ik mijn plan om te gaan wandelen in de Broekpolder. Ook in de Broekpolder is het vanwege coronamaatregelen vaak te druk en dus zijn er halverwege de ochtend al verkeersregelaars preventief aanwezig, die overigens nog niets hoeven te regelen, want heel erg druk is nog niet.

Met een heerlijk zonnetje in de rug begin ik aan mijn tocht van een kilometer of negen. Het eerste stuk langs de Vlaardingervaart is nog niet opgedroogd van het smeltwater of het is blubberig omdat het pad regelmatig onder water komt te staan. Hoe dan ook, ik zak op sommige plaatsen tot mijn enkels in de modder, maar ik blijf overeind en kom ongeschonden op het pad langs de Boonervliet. De weidsheid van de Vlietlanden is overweldigend, je ziet Delft, Maasland en Maasdijk en het is zo helder, dat zelfs de kranen van Europoort hier zichtbaar zijn. Op het informatie bord valt te lezen dat deze landerijen, als een van de weinige in Nederland, niet zijn ingepolderd en om die reden hoger liggen dan alle polders er om heen. Dat het bootje naar Maasland niet vaart, vormt geen belemmering, want die kant wil ik vandaag toch niet op.

De Broekpolder is mooi uitgestrekt en is erg gevarieerd. Het continu aanwezige achtergrondgezoem van de A20 neem ik maar voor lief. Misschien nog maar een keer gaan luisteren bij een noordwester. Dan zal er heel iets anders te horen zijn.

Het Bruine beerpad volgend loop ik door een bos waar enorm veel dood hout te bespeuren valt. Sommige delen zijn met linten afgezet, vermoedelijk vanwege het gevaar van vallende takken. Het is opletten geblazen waar ik loop en op enig moment, als ik me omdraai, zie ik opeens waar ik aan voorbij ben gelopen zonder het te zien: grote hoeveelheden sneeuwklokjes aan beide kanten van de beek die ik overstak. De verrassing van een terugblik. Als ik weer op een verhard pad ben gekomen, kijk ik uit over het water van de Ruigte. De zon schittert op het ongetwijfeld koude water maar verwarmt kennelijk voldoende voor meerdere bezoekers om op een bankje of boomstam te genieten van verse vitamine D.

Langs het Klauterwoud de laatste kilometer afleggend, maakt een bord er mij op attent dat je best wel vies mag worden. Rijkelijk te laat, maar goed bedoeld. Die schoenen maak ik wel weer schoon. Door het moddervechten heeft mijn wandeling wat langer geduurd dan verwacht, maar het was absoluut de moeite waard.