Omarmen

Omarm je verdriet, je kwetsbaarheid, je lot. Zomaar een paar verbanden waarin ik de laatste weken het woord omarmen las of hoorde. Dat raakt me dan opeens en plotseling valt het op hoe vaak en in welke verbanden dat woord gebruikt wordt. Nu is het ook wel een prachtig woord, niet alleen qua betekenis maar ook de klank van het woord is strelend..

Omarmen wil zoveel zeggen als laat het bestaan en kom er dichtbij. Deze laatste twee weken voelde het eerder andersom, dat ik omarmd werd door mijn emoties, beter nog in de houdgreep werd genomen. Wellicht voelde het de eerste weken nog steeds als te onwerkelijk en we zeiden ook regelmatig tegen elkaar: “We weten nog niets, eerst de onderzoeken afwachten.” Nou, die periode is nu ten einde en dus (?) pakten de emoties me bij de lurven. Veel verdriet en onzekerheid, angst voor wat haar te wachten staat en huilbuien bij en met iedereen die er wel of niet last van had. Inmiddels is de ergste emotionele druk er wel af, maar het gebrek aan concentratie is er nog. Vanavond zingen. Met minder voorbereiding dan ik mezelf normaliter toesta, maar ook daarin ben ik, zeg maar, lerend bezig.

Fokke Obbema spreekt over het omarmen van het denkbeeld dat het leven een leerschool is. Dit schrijft hij in een artikel in de Volkskrant waarin hij toelicht wat hij zoals tegenkwam in veertig interviews op zoek naar de zin van het leven. Uit dat artikel onderstaand groot citaat. Ik kwam dit op het spoor omdat Fokke onlangs bij DWDD aan tafel zat en over die interviews vertelde.

De urgentie die onze eindigheid aan het bestaan geeft, het besef dat we er nu iets van moeten maken voordat het voorbij is, komt vele malen terug. Toch is een andere functie van de dood belangrijker voor me: als aanjager van dankbaarheid voor het bestaan. Dat gegeven is zo simpel dat we het nogal eens over het hoofd zien: het wonder van het leven zelf, waar we deel van mogen uitmaken – een gegeven dat al even onbevattelijk is als de dood zelf. […] Waar het in mijn ogen vooral op neerkomt, is de kunst die dankbaarheid daadwerkelijk te ervaren. Dat is nog niet zo eenvoudig, het vereist een bepaalde mate van bewustzijn die er maar af en toe is – Bregje Hofstede haalt de Britse schrijver Virginia Woolf aan, die stelde dat iedere dag meer ‘niet-zijn’ dan ‘zijn’ bevat: ‘Dat niet-zijn omschrijft ze als een soort bewusteloosheid, katoenpluis dat in haar hoofd zit’, vat Hofstede samen. Voor dankbaarheid is dat pluis de pest, daarvoor zijn momenten van ‘zijn’ onontbeerlijk.