Mijn kind heeft kanker

Het is vandaag precies een maand geleden dat we een telefoontje kregen van onze oudste dochter met de uitslag van de gastroscopie. Ze vertelde later dat ze eerder al eens aan de huisarts gevraagd had of haar klachten van zuurbranden en slikken niet iets engs konden zijn.
“Nee, daar ben je te jong voor,” zei de huisarts toen.
“Dat klopt,” had de MDL arts nu gezegd, “Daar ben je ook te jong voor, maar je hebt het wel: slokdarmkanker.”

Een vloek klotste over mijn lippen toen ik het hoorde. Die twee hebben al zoveel voor de kiezen gekregen en nu dit, kanker! Wat een zooi, wat is het leven toch oneerlijk en willekeurig klote.

Ze vertelde dat het onderzoek echt heel rottig was, maar meer dan deze mededeling wisten ze nog niet. Mijn hart krimpt samen van verdriet bij het idee dat ik mijn kind kan verliezen. Maar we weten nog niets. Als dát je op de been moet houden…

De dagen duren lang die eerste weken en nog steeds, ruim vier weken verder, verkeren we in een moordende eeuwigdurende onzekerheid. Het goede nieuws van 19 december was dat er geen uitzaaiingen zijn in lever en longen, maar verder onderzoek is nodig om vast te stellen wat de plekken buiten de maag zijn en hoe die zich gedragen.

Wat de kanker ook aan het doen is, haar humor heeft hij nog niet verpest. Ik begrijp het niet als ze in een telefoongesprek tegen een vriendin zegt dat ze diens vader wel gaat vervelen. Ik denk dat zeg je toch niet, die man is overleden. Dan valt het kwartje …. Mijn kind praat over haar doodgaan.

Een andere dag vertelde ze dat zij en haar man spraken over de denkbeeldige situatie dat het echt foute boel is en wat ze dan nog wel zou willen doen. Ze wil dan nog een keer bij Fred gaan eten en dan zou ze vragen om voor haar alles vloeibaar te serveren, want “Dan zal het nog steeds heel verfijnd en super lekker zijn.”

Die eerste paar dagen heel vaak en nu wat minder frequent, kan de emotie zomaar overlopen en me te pakken nemen. Het mag. Verdriet mag er zijn. Troost is er ook.

Tijdens een repetitie van het Weihnachtsoratorium begonnen we met cantate 6, koraal 59. Ich steh an deiner Krippen hier, o Jesulein, mein Leben.
Het moest over.
“Jullie hebben nog niet de juiste emotie te pakken,” zei Nico van der Meel.
Hij had eens moeten weten hoe waar dat was.
Tijdens die eerste repetitie met deze verbijsterende wetenschap schiet ik een aantal keren vol door een bepaald akkoord of een tekst fragment.
Dat gebeurt me het weekend daarop ook nog eens als vrouwenstemmen zingen over een klein kindje zonder pijn dat Maria onder haar hart draagt.
Maar muziek troost me, zingen leidt af en maakt me voor even gelukkig.

Mijn lief en ik moeten beiden regelmatig de neiging onderdrukken om iedere dag naar J. en Jo. te willen. Ik kom door het werk weer enigszins in een normaal ritme.

Mijn kind heeft ook met de arts gedeeld dat zij niet persé alle behandelingen gaat doen omdat het kan. Als het zinloos is en alleen maar uitstel betekent, dan ziet ze van behandelingen af.
Een belangrijke reden voor deze insteek is dat voor haar het leven niet afloopt met de dood.
“Ik wil je nog lang niet kwijt, maar wat jij ook beslist, dat is goed,” heb ik haar verzekerd.

Inmiddels is ze onder behandeling bij het Erasmus Medisch Centrum. Afgelopen vrijdag heeft ze een eerste gesprek gehad met de oncologisch chirurg, Dr. B. Wijnhoven.
“Minder hoopgevend, maar meer realistisch.” schreef ze. Maar eigenlijk weten we nog niets. Eerst aanstaande dinsdag 7 januari een kijkoperatie om in de buik die plekken te onderzoeken.

De spanning van de voortdurende onzekerheid zal nog blijven aanhouden tot duidelijk is of en wanneer de behandeling daadwerkelijk kan beginnen.

Photo by Yaoqi LAI on Unsplash