Nagelen

Hele dagen zit ze aan tafel. Ze leest de krant, kijkt televisie, ziet wat er buiten gebeurt en praat met haar bezoek. Telkens is daar die venijnige wijsvinger met de lange nagel, die driftig op de tafel tikt. Scherp en vinnig als haar woorden die vaker wel dan niet een oordeel uitspreken over anderen. Ze deugen niet of zijn fout. Zij weet hoe het zit, denkt te weten hoe andere mensen in elkaar zitten, wat hun drijfveren en denkwijzen zijn.

Door het getik van de nagel op tafel ontstaan geen krassen in het tafelblad, want er ligt een kleedje over. Ter bescherming van het eikenhout. Dat sommigen van haar bezoekers die deze sessies bijwonen krassen op hun ziel oplopen, ontgaat haar volkomen, lijkt het. Het gegeven tegengas weerhoudt haar er immers niet van om bij een volgend bezoek op dezelfde manier los te gaan over dominees, schoonzonen, al dan niet gewezen geloofsgenoten, politici, leden van het koninklijk huis of mede flatbewoners. Bij gebrek aan een kruis, nagelt ze haar medemens aan de eettafel.

Haar dochter zou gezegd hebben, niet te kunnen geloven dat zij in de hemel komt. Je zou bijna zeggen dat ze vast het laatste oordeel uitsprak. Maar Mevrouw van Nagelen leeft nog steeds van het dagelijks oordeel. Onbekommerd en zich schijnbaar van geen eigen kwaad bewust.