De zin in het leven

Jan Geurtz, auteur van o.a. “De opluchting” en “De verslaving voorbij” zei in een interview ooit dat de zin van het leven voor hem betekent zin in het leven. En een ouderling reageerde op mijn uit de kast komen voor mijn ongeloof met de vraag wat dan de zin van het leven is. En precies daarover gaat onderstaande tekst van Paula Kirby, afkomstig van de website kritischdenken.info.

Hoe vinden atheïsten zin in het leven?

Een correspondent zei het botweg: “Waarom schieten jullie atheïsten jezelf niet gewoon voor de kop?” Toegegeven, de meeste christenen verwoorden het wat delicater, maar atheïsten krijgen van een bepaald soort gelovige regelmatig te horen dat ons leven toch waardeloos moet zijn als we niet geloven in hun God. Wat is de zin, vragen ze, van vriendelijk en liefdevol te zijn of te geven om het lijden en er iets aan te doen, als we op een dag toch dood zullen gaan? Het is waar dat bij het ontbreken van een goddelijk plan ons leven geen extern bepaald doel heeft: een persoon wordt niet geboren met het doel arts te worden, een spectaculair kunstwerk te creëren of in een dorre hoek van Afrika een put te gaan graven. Maar worden de zieken minder genezen, is het plezier van de kunstminnaar minder intens of is de dorst van uitgedroogde dorpelingen minder gelest, simpelweg omdat een man zijn eigen doel nastreefde in plaats van een dictaat van hierboven te volgen? Hebben we echt een god nodig om ons te vertellen dat een leven doorgebracht met het genezen van kanker meer de moeite waard is dan een doorgebracht met te liggen drinken in de goot? Waarom zouden we geen voldoening vinden in het verlichten van lijden of onrecht, alleen maar omdat we op een dag allemaal sterven? Juist het feit dat dit leven alles is wat we hebben, maakt het nog belangrijker om al het mogelijke te doen om het lijden veroorzaakt door armoede, ziekte, onrecht en onwetendheid te verminderen. Deze pogingen als zinloos beschrijven, is zeggen dat onnodig lijden er niet toe doet. Dit kan je nauwelijks een moreel standpunt noemen. Veel christenen zeggen dat als er geen God is we geen reden hebben om voor anderen te zorgen. Maar dit is op zichzelf een religieuze claim die voortvloeit uit het theologische begrip van de erfzonde, die de mensheid ‘gevallen en verdorven’ verklaart. Dat kunnen we rustig negeren, want in werkelijkheid hebben we geen kinderachtige verhalen van eeuwige beloning of verdoemenis nodig om ons te dwingen tot het goede: onderzoek toont aan dat de minst religieuze gemeenschappen het minst te lijden hebben van sociale kwalen, met inbegrip van criminaliteit en geweld. Gezonde mensen hebben een aangeboren empathie. En de verklaringen hiervoor vinden we in de psychologie en de evolutionaire biologie: geen goden nodig. Het leven kan niet zinloos zijn zolang we de mogelijkheid hebben om het welzijn van onszelf en anderen te beïnvloeden. Echte zinloosheid zouden we pas in de hemel vinden.
In de staat van permanent, perfect geluk – wat de definitie van de hemel is – is ‘het verschil maken’ uitgesloten. Als het verschil een verbetering zou zijn, kon de vorige toestand niet perfect zijn. Als het de toestand verergerde, zou het resultaat niet perfect zijn. In de hemel is geen van beide mogelijk. Zelfs herenigd worden met je geliefden kan geen jota toevoegen aan hun gelukzaligheid of de jouwe, want de hemel is per definitie een toestand die niet kan worden verbeterd. Denk even na over de helse zinloosheid van de hemel. In ons werkelijke bestaan hebben onze daden een effect, ten goede of ten kwade, en daarom is het de moeite waard om goed te doen. In een eeuwig leven waar ze geen enkel effect kunnen hebben, kunnen we net zo goed dood zijn. Als je ooit beweerde dat je leven geen betekenis zou hebben zonder je geloof in God, geloof je dan echt dat je familie en vrienden geen waarde op zichzelf hebben? Kun je echt de zin niet inzien van het beschermen en voeden van je kinderen, zelfs als er geen eeuwig leven zou zijn? Echt? Als dat zo is dan ben jij het, en niet de atheïsten, die de mensheid verlagen en reduceert het christendom, niet het atheïsme, de werkelijke waarde en betekenis van het leven. Wij atheïsten vinden betekenis in de wereld zoals hij is en in ons eigen leven,. We zien levende wezens als waardevol op zich, ze verdienen onze zorg en medeleven alleen al omdat ze onze mogelijkheden voor pijn en plezier met ons delen. Je kan je moeilijker een minder morele en minder empathiebevorderende positie voorstellen, dan deze inherent verwrongen en liefdeloze kijk op de mensheid die door het christendom wordt aangereikt.
Dit is een perverse kijk op de werkelijkheid. Als wat God ons gaf het enige waardevolle aan het bestaan is, dan moet dat betekenen dat het geschenk op zichzelf niet de moeite waard is. Gods schepping zou het equivalent zijn van een vormeloze slobbertrui van twijfelachtige kleur die je nooit graag zou dragen, maar die je toch niet zou kunnen weggooien, omdat ze een geschenk van oma is. Deze kijk zegt in feite dat je dankbaar bent voor Gods gave, maar dat je er toch niet erg van houdt. Zonder je geloof dat er een eeuwigheid in de hemel zal zijn om je te compenseren omdat je het bestaan hebt moeten verduren, zie je geen reden waarom je het ooit zou willen hebben. Theïstische religie herleidt het leven naar iets dat geen enkele andere waarde zou hebben als het niet de creatie van een ingebeelde godheid zou zijn. Ze verkondigt dat doel en betekenis alleen kan worden gevonden door de marionet van die godheid te zijn, geen ander doel te hebben dan zijn doel en geen andere waarde dan als knutselwerk van die god. Theïstische religie beschouwt al het beste en meest nobele in het menselijke streven en inspanning als zinloos en waardeloos – of erger: verdorven – tenzij gedaan in de naam van God. Het is tijd om dit ongefundeerde wereldbeeld te verlaten. Het is tijd om theïstische religie te verwerpen en onszelf en anderen met echte waardigheid te gaan bekijken, als wezens met een waarde op zichzelf en niet alleen als de vervormde schaduwen van een fictieve schepper.