Huisapotheek

 

“Je mag blij zijn dat je nog leeft.”

Mijn tweewekelijkse huisapotheek.
Voor de ochtenden: Vier keer 1 tablet
En voor de avonden: volgens opgave trombosedienst, wat neerkomt op 3 of 4 tabletten.
Bloedverdunners, beta blokkers, anti allergie, bloeddruk en maagbeschermers.
De rest van mijn leven.
“Maar dokter, als mijn bloeddruk goed is, kan ik daarmee toch wel stoppen?”
“Misschien wel, maar voorlopig doen we dat niet,”zei de cardioloog, “Een pilletje slikken is toch niet zo erg?”
“Nee, maar als het niet nodig is, liever niet.”

Mijn onbewuste ik spartelde tegen, want wil het zelf doen. Of is dat vergezocht? Hoe werkt eigenlijk dat mechanisme van zelf willen doen, in controle willen zijn en blijven. Zorgt dat inderdaad voor een onbewuste drang naar het onafhankelijk willen zijn?

Hoor ik nu achteraf de ondertoon van “wees blij dat je nog leeft”

Ja maar, ik wil niets moeten slikken, iets nodig hebben om te overleven, om de condities in stand te houden waarin die kunstklep optimaal functioneert.
Ik wil momenteel maar nauwelijks overleven1) en boven alles, bepaal ik dat zelf wel.

We spenderen miljarden woorden, beelden, geluiden, tastbaarheden aan de zingeving van het leven, omdat het leven op zich zinloos is. Waarom besteden we dan evenzovele miljarden om dat leven in stand te houden?

Bron foto

1) Dit schreef ik in mei 2016, dus wie zich zorgen gaat maken: no worry. Alles ok.