De dood heeft mij een aanzoek gedaan

ScreenHunter_103 Aug. 01 15.00

Van Kristien Hemmerechts las ik enige maanden geleden “De vrouw die de honden te eten gaf”. In de voorbije vakantie heb ik van dezelfde auteur “De dood heeft mij een aanzoek gedaan” uitgelezen. Een heel ander soort boek, non-fictie, een bonte verzameling waarnemingen en ervaringen over dood, leven en liefde in een dagboekvorm. Boeiend, omdat Kristien ook veel weggeeft hoe zij denkt over deze onderwerpen.

“In uw handen, o dokter, beveel ik mijn lichaam. En vervolgens mijn geest.
Ik wil ze natuurlijk zelf in handen houden.” is een opvallend citaat uit dit boek.

Ze beschrijft ook een open hartoperatie die ze bijwoonde, nadat haar vader een dergelijke operatie had ondergaan. Gezien mijn medische historie had die tekst mijn bijzondere belangstelling en ik wil hier graag uitgebreid wat citaten bewaren.

De operatie is achter de rug en wat er nu moet gebeuren, zegt de chirurg, is niets. Een kwartier lang. Pas daarna zullen long en hart weer aan de gang worden gebracht en zal het gat in de borstkas van de patiënte worden dichtgemaakt.
[…] Ik vraag de chirurg of het hem in het begin moeite kostte om in huid en vlees te snijden. ‘Wonden helen,’ zegt hij. ‘Chirurgie heet niet voor niets heelkunde.’

Met een glimlach luister ik naar de verhalen over zo veel hardnekkige levensdrift. Maar dan word ik door verbijstering en zwartgalligheid overvallen. Waar halen die mensen hun enthousiasme vandaan? Waarom willen se per se leven en blijven leven?

Ik zeg dat het verlangen om zelf je stervensuur te bepalen vast als hoogmoed kan worden geïnterpreteerd. En dat er iets is wat zich het best laat omschrijven als trots, wat mij ervan zou weerhouden onder het mes te gaan.
Ah ja, zegt hij, er is nederigheid nodig om je leven en je lichaam in de handen van een chirurg te leggen. Maar niet vechten voor je leven is egoïstisch, want er blijft altijd iemand verweesd achter. Het leven is verlies. Dat moet je aanvaarden. Zodra de navelstreng is doorgeknipt, begint het verlies.
Ik durf niet te zeggen dat het net zo goed hoogmoedig is om als een god mensen een tweede leven te schenken. Of een derde. En ook de patiënt maakt zich schuldig aan hoogmoed door dat te vragen of te verwachten. […]
‘Ik herstel een pomp’,  zegt Vanermen. ‘Het is niet meer dan dat.’
Pompen hebben een klep nodig. De klep zorgt ervoor dat wat wordt weggepompt, niet terugstroomt. Als de klep niet goed functioneert, krijgt het lichaam te weinig zuurstofrijk bloed.  […] Het menselijk hart heeft drie kleppen. Het kan dus drie keer fout gaan.

Het mysterie van het hart als pomp is dat niets of niemand de pomp aandrijft. Het is geen mechanische pomp en ook geen elektrische pomp. Het hart is een perpetuum mobile. Maar dat perpetuum is dus niet eeuwig. Er treedt slijtage op.
Als ik ooit al bereid zou zijn toe te geven dat God bestaat, dan is het vanwege het mirakel van dat kloppend ding.

Voor het knippen en plakken kan beginnen, moeten hart en longen worden stilgelegd. Via een plastic slangetje in de lies wordt het bloed naar een externe long geleid, die het bloed van zuurstof voorziet. Vervolgens stroomt het naar het externe hart, dat het bloed terug naar het lichaam pompt. Het bloed wordt afgekoeld tot achtentwintig graden. Omdat er tijdens de operatie geen bloed door het hart mag stromen, wordt de aorta met een ballonnetje afgesloten. Zodra het is opgeblazen sijpelt er geen druppel bloed meer naar het hart. Op dat moment wordt er een vloeistof in het hart gespoten waardoor het ophoudt met kloppen. Nu kan de operatie beginnen. Het lijkt en klinkt poepsimpel, en dat is het ook, maar tegelijkertijd is het waanzinnig ingenieus en uitgekiend. Het ingenieuze is dat het zo simpel is.
Zodra er opnieuw warm bloed door het art stroomt, begint het weer te kloppen. Dat is het grootste mirakel.

De slechte klep […] sloot niet meer goed. Ik mag hem even op mijn handpalm bestuderen: een wit velletje van nog geen twee centimeter groot met draadjes als de draden van een parachute of het weefsel aan de onderkant van een champignon. Van dat onooglijke ding hangt de kwaliteit van iemands leven af.Hemmerechts-0a

Of zo’n operatie mensen verandert, vraag ik.
‘Ja’, zegt hij. ‘Zeker mensen die in de fleur van hun leven zijn en drukke levens leiden. Het komt bijzonder hard aan als ze horen dat ze onder het mes moeten. De emotionele schok is groot.’
Maar ik bedoel iets anders. Ik wil weten of het lichaam zich achteraf herinnert dat het daar zo weerloos lag. Dat erin werd gesneden en gekerfd. Dat gaten werden gemaakt, waarlangs buizen en draden en darmpjes naar binnen werden geduwd. Dat het meedogenloos werd geperforeerd. Rouwt het om wat het is aangedaan?
Ik kan zijn antwoord raden: het lichaam herstelt zich. Alle wonden helen.

De emotionele schok is groot. Ik kan dat beamen.