De weldoener

P.F. Thomése, De weldoener

De weldoener is een man van rond de vijftig. Hij is ver boven zijn stand getrouwd met een vrouw van Luxemburgse adel, die hij een kwart eeuw geleden in een romantische bui heeft geschaakt. Een half leven verder is hij, met vrouw en zoon, als vreemdeling teruggekeerd in zijn geboortestad H, waar hij is benoemd tot plaatsvervangend stadskoordirigent en droomt over zijn eigen, vooralsnog miskende muziekwerken. In de donkere dagen voor Goede Vrijdag vindt hij in een van de hem toegewezen kerken een meisje – ‘een soort volwassen vondeling’. Ze ligt voor dood. Hij herkent haar niet, want hij is slecht in gezichten. Vol overgave redt hij haar leven en daarna gebeurt er iets waarover je wel in kranten leest: hij besluit haar, mede op aandringen van het meisje, te verbergen.

bron: http://www.thomese.nl

Een roman waarin feitelijk niet heel veel gebeurt, maar wat toch een aantrekkelijk boek is door de gedachten en blik van de hoofdpersoon. Het boek heeft een bizar slot. De taal is prachtig, hoewel soms wel wat overdone qua beeldspraak. Enkele citaten:

Aan hoeveel wonderen loopt men ongemerkt voorbij omdat het moment niet daar is?

… een toonladder is de neergelaten touwladder naar de veronderstelde eeuwigheid.

De woorden blijven in de modder van zijn gedachten steken, ze komen niet los.

Zijn poëtische omschrijving van muziek:

Hij opent zich en laat het komen. In zijn hoofd voltrekt zich wonder na wonder, zo gewoon als gras. In zijn rijkgevulde gedachten zwellen de glissandi aan, trillend van verwachting, waardoor hij weer eens beseft dat de muziek vrouwelijk is, rond en zacht en met golvende lijnen, iets om in te gaan en om in op te gaan, een tempel die ontvangt en geeft, in overvloed en rijkdom, onverzadigbaar, oneindig.