Hoe God verdween

Het door Geert Mak geschreven boek De eeuw van mijn vader heeft mij doen inzien hoe de wereld, nou ja vooral Nederland dan, zich heeft ontwikkelt in de 20e eeuw. Sterker, mijn weerzin tegen religie werd mij duidelijk. Als schrijvende waarnemer blijken sommige historische gegevens, ontdaan van de emotie van het moment en het stellige weten, meningsverschillen van alle tijden.

Hoe God verdween uit Jorwerd werd ook door Geert Mak beschreven. Een bijzonder uitgebreid verslag zelfs, dat hij van binnenuit schreef. Daardoor leerde hij het dorp kennen, en zo kon hij ook het prachtige schilderij maken, waarmee het hoofdstuk Het wankele koord begint:

Wie op een vroege herfstochtend de brug bij de oude schilderswinkel over loopt en daarna langzaam Jorwerd uit wandelt, wie dat voor de eerste maal doet wordt overweldigd door het licht, door honderd verschillende sorten licht. Het licht boven deze platheid is allesbepalend. Het is eeuwig en altijd weer anders, het zet de kleur van elke dag, het dreigt en troost, het beangstigt en behaagt.

Panorama dorspgezicht Jorwerd (foto: H. Bouwstra)

Mak herinnert zich tijdens een in Jorwerd doorgebrachte winter de korte films Dekalog van Krzysztof Kieslowski. Die noem ik hier even, omdat ik er een blog over las waardoor mijn interesse voor die film gewekt werd. Onthouden dus. Hoe God verdween uit Jorwerd sluit af met:

Een beetje statig en plechtig dansten ze daar samen, alles was precies hetzelfde als altijd, mensen kwamen en gingen, en alles bleef zich toch herhalen.

‘Er is een verzekering dat arbeid niet vergeefs is; dat de natuur, of God, er deel in heeft.’

Zo bleef het dorp voortleven, in de droom van de vrome, in de trage dans van de ouden, in een lichtheid die het voorheen niet kende.

In de tijd van de kruistochten was men er volledig van overtuigd dat het Gods wil was om ten strijde te trekken tegen de medemens. Kun je het hun kwalijk nemen? Ze deden wat het volk Israel in de tijden van het Oude Testament deed, het ‘beloofde’ land veroveren. Terugkijkend op de kruistochten, voor of na Christus, zijn het bijzondere oorlogen geweest. Uit de hand gelopen meningsverschillen en conflicten.

In De eeuw van mijn vader beschrijft Geert Mak de kerkstrijd in de gereformeerde kerken die in 1944 tot een scheuring leidde. Zijn vader noemde in een brief die kerken een keer heibel-kerken. Hieronder enkele citaten van Mak die iets weergeven van de sfeer en de impact van de situatie. Zo heeft iedereen zijn roots waar de mores bepaalt of en hoe je jouw behoeften aan waardering en een sociale omgeving probeert te vervullen. De pest is dat hetzelfde mechanisme je ‘dwingt’ om partij te kiezen en daarmee diezelfde omgeving uiteen doet vallen. Slim als de mens uit de 20e eeuw is, noemt hij zo’n kerkscheuring dan niet meer Gods wil, want dat zou wel heel veel weerstand oproepen, maar met de bijbel in de hand wordt wel op de milimeter nauwkeurig bepaald hoe en waar de ander het mis heeft. En de bijbel is Gods woord. Dus. 1 + 1 = 2.  De zekerheid van de dingen die men niet ziet? Het is wel duidelijk en daar heeft de mens behoefte aan.

Citaten uit De eeuw van mijn vader

[…]Is de doop een garantie dat je in de hemel komt of niet? Of moet God je, in Zijn almachtige wijsheid, al voor je geboorte uitverkoren hebben?

In wezen waren de tobberijen van mijn grootmoeder Mak op dit theologische vraagstuk gebaseerd, en het was voor haar en talloze anderen allesbehalve een theoretisch probleem. Hemel en hel waren in hun ogen even concreet als de kerk om de hoek, en dat maakte iedere discussie buitengewoon emotioneel.

[…] Daarnaast was er de oorlogssituatie: de luiken zaten dicht, men zag, zoals een mannenbroeder lter zei, ‘elk pluisje op elkaars jas’,  en door de vernederende bezettingsjaren waren veel gereformeerden extra allergisch voor ingrijpen van bovenaf.

[…]In discussies en polemieken werden woorden opgestapeld zoals vroeger Italiaanse dorpsfamilies torens bouwden, broedergevechten op leven en dood.

En de geschiedenis herhaalt zich, barst na barst, scheur na scheur en steeds hebben we gelijk, want uiteindelijk zakken we met zijn allen door het ijs.
Geert Mak concludeert in zijn epiloog:

In Nederland is deze ‘civic religion’ ondanks alle ontkerkelijking, ng steeds doortrokken van calvinisme. Meer dan al het andere is dat vermoedelijk de diepste achtergrond van ons verbod op fierheid, onze nationale zendingsdrift, onze gelijkheidsmanie en de blinde vlekken voor onze eigen geschiedenis. Altijd wordt de norm hoog gesteld; in feite is het calvinistische ideaal de ‘imitatio Christi’, de navolging van Christus. Maar met de tegenkant, het falen, de ‘zonde’, heeft het calvinisme nooit leren omgaan.

Kerk Jorwerd (foto: Udo Ockema)