De zonde

Björn Ranelid schreef een boek over een een jongen die, ten gevolge van een operatie na een val als peuter, problemen heeft met praten en lopen. Het boek leest lastig, is het geschreven zoals de jongen praat?

Mijn dag kan bestaan uit een groot glas, dat met koud en helder water gevuld is. Ik heb dorst. De zon brandt op de aarde, zodat die barst. Plotseling kleutert een gekrompen mensje over de rand en spiegelt er zijn gezicht. Hij grijnst en jubelt.

[…]
Wie ben ik? Zoek me waar de zwaluw haar dekstro heeft.

Veel van dergelijke moeilijk te doorgronden zinnen.  Maar ook mooie als:  “De liefde is de hand en het oog, maar niet het woord.”

Of het prachtig uitgeschreven verdriet en schaamte als Julius, met de klas op schoolreis, in zijn broek plast.

Ik stond niet op. Ik drukte mijn gezicht in grind en zand. Ze praatten tegen me, maar ik wilde niet horen; alle woorden waren leeg en gezegd. Niemand haatte het geluid en de letters meer dan ik op dat moment.

Scherp waarnemer  als hij terugkijkt op het huwelijk van zijn ouders:

Na zijn dood hield ze het negentien maanden vol. Daarna ging ze liggen en had geen zin meer. De artsen zeiden dat ze kanker in haar buik had, maar ze stierf van verdriet en gemis. Gorilla’s doen dat ook. Ondanks de liefde kwam het voor dat ze elkaar bijna dood plaagden met ruzies en geschreeuw.

Dat Julius niet blij is met God, wordt op meerdere plaatsen overduidelijk.

Wat God met gekken gemeen heeft, is dat hij zijn adres niet kan opgeven. Hij zit opgesloten in de hemel en ik zit hier. We hebben geen toestemmingom het raam open te doen of vrij in het park te wandelen. Als de Vader naar ons zou afdalen en zich zou vertonen, zou het geloof sterven. Daar loopt hij. Zie je wel? En daarna had hij vastgezeten.

Hij is gelukkig met Irma, tot ze wordt opgesloten als ze weigert te onthullen wie de vader vanhaar kind is. Ze denkt:

Ik leef. Het is acht meter tot de vaste grond. De bomen zijn vrijer dan wij, ook al staan ze waar ze staan, want ze verliezen hun bladeren in de herfst en krijgen weer nieuwe knoppen.
[…]
Je bekijkt mijn gezicht en streelt mijn hele ik, tot ik in slaap val.

Geen gemakkelijk leesbaar boek, maar wel bijzonder.