Afval van de tijd

Een kind van de tijd, Cherry Duyns, gebruikt in zijn boek Dante’s trompet de term Afval van de tijd. Een mooie roman over een man die met zijn papagaai praat over de vrouw die hem verzocht elders te gaan wonen, als veertiger nog trompet gaat leren spelen, en met fraaie keuzes zijn gedachten en daden onder woorden brengt.

Dat hij het een eer zou vinden alle schade te mogen vergoeden die deze onbeholpen uiting van ongenoegen teweeg hadden gebracht.

Cherry Duyns, één van de bedenkers van Reiziger in Muziek, weet veel over muziek en dat is in Dante’s trompet te merken. Het verhaal dat zich ontrolt via de persoon Victor Klein, die me overigens aan een oud-collega doet denken,  heeft Cherry later in een andere vorm gegoten door met André Heuvelman de theatervoorstelling Windkracht te maken.

Was het niet ongepast dat de Conn bij hem leefde, ook al had Max Belling zijn bestaan erdoorheen geblazen? Hij dacht aan de onbekommerde advertentie van mevrouw Belling, te koop: gaskachel, zonnescherm, trompet en nog iets. Afval van de tijd. Hij legde de Conn naast zich neer, boog zijn hoofd en probeerde zijn treurnis weg te slikken. De geschiedenis had hem zijn trompet ontfutseld.

Tijdens het schrijven van dit bericht, bedacht ik me nog iets anders kwijt te willen over een pasgelezen boek. Dat plak ik er maar onder, zonder te associëren.

Mijn boek was uit en er lag nog het gratis cadeautje van de bibliotheek uit november 2008, Twee vrouwen van Harry Mulisch. Het eerste en laatste van Mulisch gelezen boek was Het stenen bruidsbed in mijn middelbare schooltijd.  Van De aanslag wel flarden van gelezen, maar nooit helemaal. Ofschoon (mooi woord hè) ik het verhaal De sprong der paarden en de zoete zee wel heb gelezen. Het klinkt me vaag bekend in de oren.

Goed, nu dus Twee vrouwen gelezen. Leest makkelijk, de personages worden bijzonder levend en er zitten her en der mooie dieper stekende zinnen, feiten in. Bijvoorbeeld over het gevoel dat ieder mens wel zal hebben er niet bij te horen en er daarom dus bij te horen. Of over ikonen.

‘Het lijken wel poppen,’ zegt Sylvia.
‘Je staat nu tussen de heiligen. Je moet iconen niet vergelijken met vrome schilderijen in katholieke kerken. Het zijn niet alleen afbeeldingen van heiligen, ze zijn het ook zelf.’

Iconen, menig liefhebber verzamelt boeken, kalenders, afbeeldingen enz. Mijn oud-buurman, een emeritus vlootpredikant, heeft er het nodige van en weet er het één en ander over te vertellen. Zoals hij dat kan over vele uitéénlopende onderwerpen.

In het boek wordt als pronksuk van een verzameling de Annunciatie van Oestjoeg genoemd. Na enig zoekwerk blijkt dit Ustyug te zijn. Argusvlinder wijdt aan het hele boek van Harry een blog, met de nodige wetenswaardigheden over de kunstverwijzingen. Een link is makkelijk gemaakt en uiteraard komt dan de uitspraak van mijn molletje weer in gedachten. En zo snel als een associatie is gemaakt, zo snel kan hij ook weer verdwenen zijn. Ik weet niet meer welke uitspraak ik in gedachten kreeg. Maar goed, Twee vrouwen bracht me op een huidige collega. En die leest het nu.