Beijerlandroute

Ooit gehoord van Vuurbaken, Zinkweg, Goidschalxoord of de Hitsert? Op woensdag 1 september 2004 heb ik kennis gemaakt met al deze plekken in de Hoeksche Waard.

 

Het mooie van de waterbus is dat deze, behalve de reguliere veerdiensten tussen de verschillende Drechtsteden, in de zomer ook toeristische vaarten aanbiedt naar Gorinchem, Schoonhoven en Oud-Beijerland. En fietstochten maken die wat verder van huis liggen, kan uiteraard door de trein te nemen, maar dus ook op deze manier.   

Met de waterbus naar Oud-Beijerland is al een belevenis op zich. Immers, hoe vaak vaar je de Zwijndrechtse brug onderdoor waar je al 1000 keer overheen bent geweest? En vanaf het water vallen andere dingen op: 

  • Zwijndrecht telt wel 5 havens (Swinhaven, Drechthaven, Develhaven, Schokhaven en Uilenhaven)   
  • Een partyschip met de naam van de impressionistisch componist Debussy ligt dromerig wazig aan de Dordtse Merwekade ter hoogte van Kantje Boord (een maritiem eethuis aan de Boomstraat) en de blusboot van de KLPD ligt afgemeerd bij het Blauwpoortsplein, uitgeblust te wachten op werk. 
  • Ter hoogte van Carnisselanden ligt een begroeide bult, die associaties oproept aan het Jan Thijssenduin aan het begin van de Boschplaat op Terschelling. Niet qua hoogte maar vanwege de schaftkeet die er bovenop prijkt.  

De waterbus verhoogt af en toe de snelheid waar een Fast Ferry of de Koegelwieck zijn neus nog voor ophaalt, maar het schiet daardoor wel op. Op bepaalde stukken zoals bijvoorbeeld bij het veer tussen Groote Lindt en Puttershoek wordt de snelheid verminderd. In Oud-Beijerland wordt er afgemeerd aan een soort van steiger waar het volgende te lezen valt. “Verboden te meren. Ligplaats Waterbedrijf Europoort”. De Waterbus zal het wel geregeld hebben.

 

Oud-Beijerland

Na het ontschepen verlaten we Oud-Beijerland per fiets. Een lange rechte weg met velden vol aardappelen, boerenkool en andere koolsoorten. Dergelijke percelen akkerbouw kom je meer tegen op dit eiland. Later op de route ruik ik ook nog uien. Het gehucht Zuidzijde bestaat uit lintvormige bebouwing aan een dijk met onderlangs een fietspad. Een prachtig stukje Zuid-Holland.  

Dit schrijvend realiseer ik me dat veel van de dijkbebouwing die ik deze dag passeer zich bevindt aan de zuid of west zijde van de dijk, dus buitendijks. Nu zijn het allemaal binnendijken, maar toch. Is daar een verklaring voor? Bedenken kan ik wel iets. Na 1953 werd alleen aan buitendijks gebouwd omdat dit vanwege de zon prettiger wonen is en de buitendijken zorgden voor de veiligheid. Zou dat kloppen? 

Midden tussen de akkers zijn op deze heldere dag in het noorden de Euromast, de drie kantoorflats van het Marconiplein en het gebouw van Nationale Nederlanden waarneembaar. Aan de zuidoostkant de windmolens aan het Haringvliet.  

 

Nieuw-Beijerland

In Nieuw-Beijerland (deel uitmakend van de gemeente Korendijk) is een veer naar Spijkenisse dat we laten voor wat het is. We fietsen langs het Spui dat we overigens niet zien omdat er een dijk tussen zit. Dat is ook wel zo veilig, want het Spui verbindt de Oude Maas met het Haringvliet.  

Her en der is er een plek om over het draad te klimmen. Ook (of uitsluitend?) bedoeld voor de wandelaars van de Oeverloop, een jaarlijks terugkerend evenement waarbij de deelnemers in drie dagen rond de Hoeksche Waard lopen. In deze drie dagen wordt ongeveer 75 km afgelegd. Deze omloop wordt georganiseerd door het HWL, de vereniging Hoekschewaards Landschap. Uiteraard is deze tocht niet te vergelijken met de Omloop van Goeree-Overflakkee: een prestatie-wandeltocht van 110 kilometer af te leggen binnen 24 uur.
Buitendijks aan het Spui is een drassig gebied met zwanen, aalscholvers, koeien en waterkippen. Een poging om wat cola te drinken mondt uit in een soort fontein, die een zoetige vlek op mijn shirt en plakkende handen en benen veroorzaakt. 
 

Piershil

De naam Piershil ontstond doordat voor de bedijking (in 1524) van de polder oud-Piershil men ter plaatse een hoogte boven het water zag uitsteken. Op deze hoogte – heuvel of hil – oefende een zekere vogelvanger Pieter of Pier zijn beroep uit: het vangen van allerlei watervogels. Het was de hil van Pier oftewel…Piershil. 

Behalve een kade heeft het dorp ook een voetbalvereniging. Daar heb je tenslotte maar 11 mensen voor nodig. En alhoewel Piershil van de vier kernen van de Gemeente Korendijk het kleinste inwoneraantal heeft, zijn 1.584 inwoners op 1 januari 2003 uiteraard voldoende om een voetbalvereniging in stand te houden.

 

Goudswaard

Goudswaard heeft weer wel een haven en een vreemdsoortige camping aan het Spui. Vrijwilligers van de WSV De Put zijn bezig om de naam van de vereniging met plakletters aan het clubgebouw te bevestigen. Het kleine café aan de haven heet hier ’t Haventje. 

Als ik het dorp achter me laat openbaart zich een landschap waar je je op de Wadden waant.

Een open gebied waar je ver kan kijken en waar vogels de baas zijn: Korendijkse Slibben, in beheer van de Vereniging Natuurmonumenten. Vogels en relatieve stilte.  

Op verrekijkerafstand kruipen de (vracht-)auto’s over de Haringvlietsluizen. Natuurmonumenten heeft aan de Oudendijk een oud magazijn van het Waterschap De Groote Waard ‘ingericht’ als kijkpost.  

Aan de Nieuwendijk vinden we de grote jachthaven van WSV De Put. Er liggen veel prachtige schepen. Aan het eind van het pad benader je de Korendijkse Slibben van de oostkant.
Daar vind ik ook een plekje in de zon waar ik de ergste colavlek uit mijn shirt was in het water van het Vuile Gat.

 

In Nieuwendijk vind je Nora’s Theetuin en het veer naar Tien Gemeten, het eiland dat ooit van de verzekeringsmaatschappij AMEV is geweest. In de dorpskern Nieuwendijk staan nog de houten Noorse huizen, als een overblijfsel van de wederopbouw na de watersnoodramp van 1953.

 

Zuid-Beijerland

Vanuit het dorp naar de dijk fietsend vallen me 3 dingen op. 

  • Allereerst een grote SOW kerk. Ik vraag me af of deze kerk nu inmiddels van een PKN gemeente is of niet. Op de site van de PKN word ik daarover niets wijzer.
  • Vervolgens iets verder aan de rechterkant van de weg een behoorlijke nieuwbouw uitbreiding. Net als in de meeste Vinexlokaties met veel waterpartijen.
  • Tenslotte links een begraafplaats waarvan beide hekken gesloten zijn overeenkomstig het bordje met het verzoek om het hek te sluiten.  

Achter de dijk vinden we jachthaven “de Hitsert” en een recreatieterrein met een peuterbad en een ponton om te kunnen zwemmen in een met gele drijvende ballen afgezet stukje Haringvliet.

 

Via de Schenkeldijk en de Ronduitweg fietsen we langs het Kleine Gat en door een heus stukje bos. Het fietspad draagt de naam van Dijkgraaf Van der Linden. Het blijkt deel uit te maken van het “Wandelpadenplan” van de Provincie Zuid-Holland. Dit plan is bedoeld om 431 kilometer bestaande onverharde en halfverharde wandelverbindingen te beschermen.  

Voor de 2e keer die dag kom ik in Zuidzijde aan met zijn lommerrijke T-splitsing. Een kleine kilometer verderop linksaf de Vuurbaken in en vervolgens de Zinkweg op. Als je geen paard hebt, mag je er niet eens wonen denk ik.  

De Zinkweg loopt ver door in de bebouwde kom van Oud-Beijerland, maar wordt onderbroken door de provinciale weg naar Nieuw-Beijerland. Jammer dat je als fietser niet gewoon rechtdoor kunt blijven rijden. Je moet de rotonde nemen die het verkeer reguleert. 

 

Oud-Beijerland heeft echt een centrumfunctie in de Waard. Er zijn veel winkels en het is er relatief druk. Blijkens de site van de gemeente heeft het Rotterdams Dagblad dit dorp vereerd met de betiteling: een gezellig winkelstadje. In dat bewuste artikel staat onder meer te lezen dat er zes (!) opticiens zijn. Maar ja, als je én de Oostdijk én de West- én Oostvoorstraat en óók nog eens het Vierwiekenplein volzet met winkels. 

Mijn oog valt, naast de Dorpskerk, op een gebouw met de naam Maranatha. Is dat niet die sekte die in 2003 nogal in het nieuws was? Nee, het blijkt het kerkelijk centrum te zijn van de Hervormde Gemeente. 

Overigens, het woord Maranatha (Maràn athà volgens deze Italiaanse website) betekent Vieni, Signore Gesù in goed Nederlands: Kom, Heer Jezus. Waarom dan 1 Korinthe 16:22 in de uitgaven  van het Nederlands Bijbelgenootschap de zin onvertaald is gebleven?  

Omdat het nog lang geen tijd is voor de terugreis met de Waterbus, vervolg ik mijn weg via het fietspad langs het Spui en Oude Maas. Aan de waterkant is hier, ter compensatie van het industrie terrein “De Bosschen”, een natuurterrein aangelegd waar Schotse Hooglanders grazen.  

Tussen knooppunt 18 en 19 van het fietsroutenetwerk is het fietspad naar het veer naar Rhoon. Hier is ook het Natuur Bezoekerscentrum “Klein profijt” van de eerder genoemde vereniging HWL. Hun website is absoluut het raadplegen waard. Ik lees daar bijvoorbeeld dat de optrekken van het bezoekerscentrum zijn gebouwd voor de zalmvisserij. 

Uiteindelijk kom ik in Heinenoord, het dorp waar een tunnel zijn naam aan ontleent en dat deel uit maakt van de Gemeente Binnenmaas. Hier is het Streekmuseum gevestigd en vroeger schijnt er een bakker Van der Linden te hebben gewoond. Bij het Praethuys eet ik een bord patat met een frikadel speciaal. Lekkerrrrr. Via het buurtschap Goidschalxoord geraak ik weer in Ooud-Beijerland. Op de kruising van de Vliet en de Oostdijk drink ik een cappucino bij de Heeren van Beijerland, die geen menukaart maar het nieuws van de Heeren op tafel hebben liggen. 

Om 19.15 uur vertrekt de Waterbus richting Drechtsteden.

 

Een prachtige spiegeling van de zon op het water van de Oude Maas besluit deze mooie tocht die uiteindelijk 91 kilometer lang bleek te zijn.
Maar ja, achteraf kijk je een koe in zijn kont.