Er is kleur

Op een van de laatste dagen van mijn zomervakantie in 2018 hebben we de tentoonstelling van Hella Jongerius in Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam bezocht. Nu komen we daar wel vaker en reizen dan per auto en al dan niet met de metro naar het museum. Deze keer namen we de fiets. Denk nu niet dat we die negentien kilometer gefietst hebben, want we stapten op het Veerplein in Zwijndrecht op de Waterbus en via een overstap voeren we vanaf de Merwekade in Dordrecht in een uur naar de halte Erasmusbrug in Rotterdam. Vandaar was het maar tien minuten fietsen naar het Museumpark. 

Onderstaande toelichting op de tentoonstelling is afkomstig van de website van Boijmans.

Manifest voor instabiele kleuren

De tentoonstelling bevraagt onze perceptie van kleur en reflecteert op de geschiedenis van kleuronderzoek. ‘Hella Jongerius – Breathing Colour’ is een statement over de kracht van kleur, de imperfectie en veelzijdigheid van kleur, als reactie op de vlakke kleuren vervaardigd door de industrie. Uiteindelijk is het Jongerius’ doel om de kracht van kleur tegenover de kracht van vorm te plaatsen.

Onderzoekstechnieken van Hella Jongerius

Jongerius streeft ernaar om producten met een individueel karakter te creëren binnen het industriële productieproces.  Om het – vaak onbenutte – potentieel van kleur aan te tonen, heeft Hella Jongerius verschillende objecten ontworpen die laten zien hoe kleur reageert op vorm, textuur en de veranderlijkheid van het licht.

‘Ik pleit voor een omarming van het metamerisme; voor het gebruik van gelaagde pigmenten die intense kleuren produceren en kunnen ademen met het veranderende licht.’ [Hella Jongerius]

De tentoonstelling bevraagt onze perceptie van kleur en reflecteert op de geschiedenis van kleuronderzoek. Enerzijds gaat het onderzoek door op wetenschappelijke theorieën, anderzijds zijn het persoonlijke waarnemingen en interpretaties van Hella Jongerius en Mathieu Meijers.

‘Kleur is een visuele ervaring, geen wetenschappelijke. Het feit dat er geen objectiviteit bestaat in kleur is een zegen.’ [Hella Jongerius]

Reflecties

De kleur van een object wordt tastbaar via zijn materiaal. Maar objecten absorberen, reflecteren en echoën ook kleur, en objecten worden beïnvloed door het omringende kleurlandschap. Kleuren zijn ook reflecties en nagalmen van licht in de ruimte. Sommige kleuren reflecteren sterker en meer intens dan andere. Zwart absorbeert het meeste licht, terwijl wit bijna als spiegel functioneert in reflecterend zonlicht. We zien bijna geen reflecties tegen een zwarte achtergrond, terwijl ze juist tot leven komen tegen een witte.

Vouwen

Wanneer we een plat stuk papier een aantal keer vouwen ontstaat een verdeling van het oppervlak. Elk van de gevouwen vlakken krijgt een andere tint: ze onthullen een gelaagdheid en een verbuiging van de originele kleur. Dit is ook te zien in het werk van Jan Schoonhoven in de museumcollectie: wit beschilderde kartonnen reliëfs met een strakke regelmatige structuur. Wanneer een oppervlak gebogen is, veranderen schaduwtinten en kleur geleidelijk, maar deze rechte ‘vouwen’ creëren duidelijke scheidslijnen en onthullen zo de refractie van het wit. Op een gebogen oppervlak veranderen schaduwtinten en kleuren geleidelijk. Dat maakt het moeilijk om te zien waar de ‘originele’ kleur eindigt en de schaduwen beginnen. Een rechte vouw creëert schaduw op een meer abrupte manier; de vouw markeert de verandering.

Weven

Net als kleur is textiel een gelaagd materiaal. Halverwege de 19de eeuw ontdekt de chemicus Michel Eugène Chevreul dat de kleur van een garen beïnvloed wordt door zijn omgeving. Hij ontdekt ook hoe gekleurde draden in geweven textiel zich optisch mengen, zoals schilders pigmenten mengen. Maar waar pigmenten meteen een nieuwe kleur vormen, vermengen de kleuren van de geweven draden zich pas in de hersenen. Chevreul noemt dit effect ‘gelijktijdig contrast’. Deze theorie heeft veel schilders beïnvloed, waaronder de impressionisten die hun kleuren naast elkaar plaatsen zodat die zich optisch mengen.

Er is licht – ochtend

In de morgen, wanneer de zon stijgt en de warmere tinten van de zonsopkomst verdwijnen, creëert de koude morgenlucht een kristalheldere gloed met een blauwe zweem. Het eerste kleurcontrast ontstaat vervolgens wanneer het grijze licht wordt omgezet in blauw en geel licht. Kort daarop ontstaat het eerste beginnend rood en groen. Er is kleur. 

Er is licht – middag

In de middag ontwikkelt zich een helder, verzadigd RGB-palet van rood, groen en blauw licht. Groen bereikt zijn meest verzadigde punt. De kledij in middeleeuwse kunst wordt vaak geschilderd in oppervlaktekleuren: rood, groen en blauw. Dit kleine schilderij met de Verkondiging aan Maria getuigt hiervan: RGB-kleuren in hun meest verzadigde en stoffelijke vorm. Het verbeeldt voor Hella Jongerius het zware licht zoals we dat ervaren op het middaguur, als de zon op haar hoogste punt staat. Later op de dag, wanneer de zon laag staat, verschijnen er roodtinten in het licht.

Er is licht – namiddag

Volledig onthechte kleuren vullen de ruimte. Kleuren zijn niet meer beschrijvend, het RGB-palet heeft plaatsgemaakt voor cyaan, magenta en citroengeel; de secundaire kleuren die ontstaan bij overlappend rood, groen en blauw licht. Tegenwoordig wordt steeds meer gebruik gemaakt van dit CMYK-palet: onstoffelijke kleuren die dankzij het alomtegenwoordige beeldscherm nog verder van het stoffelijke verwijderd raken.

Er is vuur

In de avond, na het ondergaan van de zon, maakt de mens zijn eigen licht. Griekse filosofen zagen vuur (de zon) als de bron van alle energie. De kleur rood had in hun ogen een kracht die daaraan verbonden was. In de avond ontstaat een door vuur verlichte, zintuiglijke wereld.

In de avond is de lucht warm en dit kleurt het licht oranje, rood en paars. De atmosfeer kan kleuren bleek laten lijken of verzadigd. |Oppervlaktekleuren en ruimtekleuren lopen door elkaar heen. De zon legt zijn laatste meters boven de horizon af, kleur raakt minder verbonden aan een object als fysieke eigenschap. Het onthecht en ontpopt zich tot een zelfstandig, atmosferisch fenomeen.

Er is donker

In de avond neemt het zonlicht in intensiteit af en past ons zicht zich aan. Het oog stapt over van de kegelcellen naar de staafcellen. Het resultaat is dat we gevoeliger worden voor licht-donkercontrasten en het hele spectrum richting blauwe tinten verschuift. Vormen vermengen met schaduwen in allerlei soorten zwart.

Industriële kleuren worden donkerder gemaakt door simpelweg zwart pigment toe te voegen. Maar een schilder weet dat donkerte ontstaat door complementaire pigmenten samen te voegen. Een schaduw lijkt wellicht grijs of zwart, maar eigenlijk is het een complexe mix van kleuren. Het is onderdeel van het object omdat het ons iets vertelt over zijn positie in de ruimte, maar ook over het tijdstip op de dag en de intensiteit van licht.  

Er kunnen allerlei namen en (culturele) betekenissen verbonden worden aan schaduw, aan donkerte, maar het is het uiteindelijk allemaal niet. Het is ongrijpbaar en juist daardoor zo fascinerend. Hoe langer je naar een vlek of een donkerte kijkt, hoe fascinerender het wordt. Of zoals de schrijver Junichiro Tanizaki het stelt: ‘in de schaduw leven dingen’. Vaak wordt er een psychische ervaring verbonden aan het donker, alles van bekoring tot angst.

Een ontdekking

Niemand had me ooit verteld dat het bestaat. Misschien minder vreemd dan het lijkt, want het is pas in de 21e eeuw bedacht. Het gaat over de hepkoe. Een dichtvorm, waar ik op Facebook een besloten groep voor ontdekte.

Dat was voldoende uitdaging om me te wagen aan het construeren van een hepkoe. 

Een hepkoe schrijven

zo, dat zij royaal gunnen

te mogen blijven?

 

Kijk goed, voel beter.

“Kijk goed, voel beter” is een citaat uit de brief van Eva, onderdeel van het kantelpunt in het romandebuut van Griet Op de Beeck “Vele hemels boven de zevende.” Kantelpunt is wel zwak uitgedrukt. Flabbergasted heb ik later teruggelezen hoe Griet haar personages op dat punt doet belanden. Heftig. 

 

Van heel andere orde, van een ander gevoel is het Interview in NRC met Franca Treur. Onderstaand citaat komt uit dat vraaggesprek.

Is de God van je ouders nu wel liefdevol?

„Ja. Maar voor mij werkt dat niet. God was altijd een objectieve Waarheid en om dan te zeggen: die God wil ik niet, maar een iets vriendelijkere variant wel, dat is voor mij het bewijs dat alles wat mensen over Hem zeggen door mensen zelf is bedacht.”

Bron